Geschiedenis

In 1932 werd in Lisse het initiatief genomen tot het oprichten van een padvindersgroep bestaande uit een Welpenhorde en een Verkennerstroep. De groep kreeg de naam “de Lisser Kaninefaten”. Vandaag de dag, ruim 90 jaar later bestaat onze groep nog steeds, als de oudste Scoutinggroep in Lisse. We nemen je graag mee in de rijke historie van onze vereniging.

1907 - 1910
Begin van de Padvindersbeweging

In 1907 jaar richtte Lord Baden Powell de padvinderij voor jongens op. Zijn ideeën over de beweging beschreef hij in zijn beroemde boek 'Scouting for Boys'. In 1910 waaiden de ideeën van Baden Powell over naar Nederland en werden de eerste Verkennerstroepen opgericht.

1932
Begin van de Lisser Kaninefaten

Hoewel het 25 jaar duurde kon de padvindersbeweging niet onopgemerkt aan de Bollenstreek voorbijgaan.
In 1932 werd in Lisse het initiatief genomen tot het oprichten van een padvindersgroep bestaande uit een Welpenhorde en een Verkennerstroep.

De groep kreeg de naam "de Lisser Kaninefaten". Omstreeks de start van onze jaartelling leefde in de duinstreek een volksstam die in de eerste levensbehoefte voorzag door de jacht op de in de duinen veel voorkomende konijnen. Geleerden hebben deze volksstam dan ook de naam "Konijnenvangers" of "Konijnenvatters" meegegeven. In de geschiedenisboeken staat de volksstam bekend onder de naam Kaninefaten (kanine = konijn: faten = vangen of vatten). 

1937
Jamboree Vogelenzang

In 1937 werd de vijfde Wereld Jamboree georganiseerd. Bijna 30.000 scouts uit 54 landen kwamen bij elkaar in Vogelenzang, op een steenworp afstand van Lisse. Dit was tevens de laatste Jamboree waar Lord Baden Powell zelf bij aanwezig was.

1940 - 1945
Oorlogsjaren

Het was oorlog, de padvinderij werd tot verboden vereniging verklaard.

1945-1951
De na-oorlogse jaren

Vlak na de oorlog meldden zich honderden jongens en meisjes aan lid; ouderen namen enthousiast de leiding op zich. Ook in Lisse was de toeloop naar Welpen en Verkenners zo groot dat er uiteindelijk vier groepen ontstonden.

Het kon niet uitblijven dat veel jongens tot de ontdekking kwamen dat de padvinderij toch niet de vereniging was waar ze zich thuis voelden. De vier groepen verloren steeds meer leden en ze werden te klein om als groep te blijven voortbestaan. Langzaam aan verdwenen groepen en bleef de Lisser Kaninefaten als enige groep over.

1951
Een eigen clubhuis

De groep was reeds lange tijd op zoek naar de mogelijkheid van een eigen permanent onderkomen, het liefst buiten het dorp.
Uiteindelijk kreeg de groep toestemming om op de Paardewei - het terrein in de hoek Spekkelaan en Van Lijndenweg - een blokhut te bouwen.

Geheel naar eigen ontwerp en met eigen krachten kwam de blokhut tot stand. Na veel zwoegen, vele zaterdagen en vrije tijd vond de officiële ingebruikname plaats op 30 juni 1951.

1955
Een snelle verhuizing

Door gemeentelijke bestemmingsplan wijzigingen moest er binnen vier jaar alweer uitgekeken worden naar een andere locatie. Na veel initiatief van de groep werd en terrein van circa drie hectaren ter beschikking door de Graaf van Lijnden - de eigenaar van het landgoed Keukenhof - en tevens toestemming verleend om een clubgebouw neer te zetten. De gemeente Lisse heeft verder alle medewerking verleend door zeer snel de daartoe nodige vergunningen af te geven. Een financiële tegemoetkoming van die zijde nam de laatste belemmering weg om daadwerkelijk aan te vangen.

In 1955 werd het nieuwe clubhuis - een gebruikte loods van 9 bij 6 meter met leiderskamer in gebruik genomen. Het gebouw zou zo'n 45 jaar in gebruik blijven als Welpenhorde.

1957
Een eigen verkenners Troephuis

Hoe gelukkig de groep ook was met het nieuwe clubhuis, de behoefte aan meer ruimte deed zich steeds meer voelen. Hoewel de Briniostam inmiddels was opgeheven werd de nieuwe accommodatie zeer intensief gebruikt door zowel de Verkennerstroep als de Welpenhorde. Het verlangen naar een eigen hordehol en een eigen troephuis werd steeds groter. Dit te meer omdat de troep erg groot werd en het grote leeftijdsverschil tussen de verkenners onderling een goed functioneren van de troep belemmerde. Een splitsing van de troep in een junioren- en een seniorentroep lag voor de hand, ware het niet dat daardoor het gebruik van het clubhuis nog intensiever en eigenlijk onmogelijk zou worden.

Dit probleem werd opgelost met de bouw (nu door een echte aannemersbedrijf) van een volledig nieuw troephuis. In goed twee jaar tijd had de groep de beschikking over twee comfortabele clubhuizen. Het nieuwe verkennerstroephuis kon in 1957 worden betrokken.

1960
De Houten Hop

Op het gevaar af eentonig te worden, maar het moet vermeld, er kwam nog een derde clubhuis bij. Een uit de oorlog daterende houten noodwoning werd overgebracht naar Puntenburg. Dit derde gebouw kreeg de naam 'Houtenhop'.

1960-1982
Een tijd van veranderingen, volhouden en doorgaan

Welke geschiedenis ook wordt opgetekend, de schrijver zal stuiten op minder aangename gebeurtenissen. De 63 jarige geschiedenis van de Lisser Kaninefaten vormt daarop geen uitzondering.

In het begin van de zeventiger jaren ontstond binnen de leiding van de groep een hoog oplopend meningsverschil over het in de groep toepassen van levensbeschouwelijke beginselen.
De meningen hierover bleven verschillen en konden niet worden bijgelegd. Dit meningsverschil had tot gevolg dat een aantal leiders met een deel van de horde en de troep zich van de Lisser Kaninefaten afscheidde. Zij vormde een nieuwe groep op Christelijke grondslag, een zogeheten X-groep, de Shawano's.
De groep Lisser Kaninefaten bleef een open groep, waar iedereen, van welke levensbeschouwelijke aard dan ook zich kon aansluiten en zich thuis voelen.
Ondanks de genoemde minder prettige gebeurtenis bleef de groep groeien, bloeien en het spel van verkennen spelen. Voor de welpenhorde bestond zelfs een wachtlijst voor nieuwe leden.
De senior en junior verkenners smolten weer samen tot één troep. Voor ouderen werd opnieuw een stam opgericht, waaraan de naam van een groot padvinder uit het district Rijnland werd gegeven. Met de naamgeving werd de overleden districtscommissaris Oubaas Beekes geëerd.

Wat echte padvindersactiviteiten uit deze periode betreft zou een boekwerk gevuld kunnen worden. De beperkte ruimte laat derhalve niet toe om uitgebreid hierop in te gaan, doch slechts kort.

Geen jaar is verstreken zonder het traditionele zomerkamp; voor de verkenners op velerlei plaatsen in Nederland. En wie zag - en ziet nog - daar niet reeds maandenlang van te voren naar uit? De zomerkampen vormen het hoogtepunt van het jaar.
Tijdens allerlei evenementen zoals patrouille-wedstrijden (nu Districts Scouting Wedstrijden red.) en rimboejachten lieten de Lisser Kaninefaten zich niet onbetuigd. Menige eervolle plaats was voor hen weggelegd.
Dit laatste was zeker het geval bij het deelnemen aan de Sint Jorismarsen te Oegstgeest. Deze marsen, die sinds 1946 ieder jaar ononderbroken worden gehouden, leverden aan de horde en de troep eerste, tweede en lagere prijzen op voor het op ordelijke wijze marcheren en algehele presentatie.

De achter ons liggende jaren kenmerken zich door grote veranderingen in de padvindersbeweging. De verschillende landelijke verenigingen van padvinders en padvindsters zijn in 1972 tot één organisatie samengevoegd onder de naam 'Scouting Nederland". Nederland werd verdeeld in gewesten en elk gewest in districten.

De nieuwe wijze van organisatie bracht bestuurlijk vele wijzigingen met zich mee. Voor iemand die zich een aantal jaren niet heeft bezig gehouden met de beweging duizelt het bij het lezen van: landelijke bestuur, landelijke raad, gewestelijk bestuur, gewestelijke raad, districtsbestuur, districtsraad, groepsbestuur, groepsraad, platformoverleg, speltakken, spelteams enz. enz.

Met de nieuwe organisatie zijn ook moderne progressieve ideeën over het spel van verkennen ingevoerd. Ideeën die in de praktijk zijn gewogen en te licht bevonden en door weer nieuwe ideeën zijn vervangen. Het uniform veranderde dusdanig dat de Chief Scout B.P. zich zou afvragen wat er van het oorspronkelijke uniform is overgebleven. De bruine korte broek werd verdrongen door een blauwe lange broek, de keuze tussen hoed, baret of ander hoofddeksel kan per groep worden gemaakt. De wet en de belofte waren aan wijziging onderhevig, de vaardigheidsinsignes kwamen deels te vervallen, nieuwe insignes werden ingevoerd.
Om kort te zijn: wat bleef er eigenlijk heel van de oorspronkelijke opzet van de door B.P. gestichte beweging? De leiding van de Lisser Kaninefaten heeft zich lange tijd verzet tegen al te grote vernieuwingen. Bij de groep is het oorspronkelijke uniform zoveel mogelijk in ere gehouden en de insignes werden voor zover mogelijk gehandhaafd.

1982 - 1988
Met de tijd meegaan

De Lisser Kaninefatengroep werd uitgebreid met enkele nieuwe speltakken om zo zijn bestaansrecht te behouden en te kunnen concurreren met de andere scoutinggroepen. De Bevers, jongens en meisjes van 5 tot 7 jaar en de Rowans (jongens) en Sherpa's (meisjes) in de leeftijd van 15 tot 16 jaar, later Explorers genoemd, kwamen onze groep vergroten. Er werd een nieuwe stam opgericht; de Papilonstam.

1988
Kali

De 'Houtenhop' raakte dusdanig in verval dat deze bezweek en er werd een nieuw deel aan het clubhuis van de verkenners gebouwd om de nieuwe speltakken een onderdak te bieden. Zo werd op 4 juni 1988 het vernieuwde clubhuis officieel geopend en gedoopt met de naam 'de Kali' (KAninefaten LIsse).

1992
Puntenburg groep

De Puntenburggroep, welke bestond uit kabouters en padvindsters hield op te bestaan. Zo verhuisden de meisjes van de Bevers naar de Kabouters van de Puntenburggroep en kwamen ze als Sherpa weer bij de Lisser Kaninefaten terug. De groep maakte zich dan ook zorgen over de doorstroming van de leden. Na ruim beraad werd besloten om een kabouterronde en een padvindsterstroep op te richten in onze groep. Vanaf die tijd is de Lisser Kaninefatengroep een volledige groep geworden.

 

Begin jaren '90
Met de tijd meegaan

Scouting Nederland kreeg een face-lift en het spelaanbod werd vernieuwd. De speltakken gingen anders heten. Bevers, kabouters en welpen bleven bestaan. Verkenners en padvindsters kregen de naam Scouts.  Rowans en sherpa's werden Explorers. Stam, Pivo's of Loodsen werden ondergebracht onder de naam Jongerentak. En er kwam weer een speltak bij, namelijk de Esta's. Dit zijn jongens en meisjes in dezelfde leeftijd als Kabouters en Welpen die gezamenlijk een heel nieuw spelaanbod hebben, gebaseerd op het boek "Het kind met de hoge hoed'. Deze speltak is in plaats van de kabouters bij de Lisser Kaninefaten opgericht.

2001
Naar één clubhuis

Heel lang hebben de Welpen hun eigen clubhuis gehad aan het begin van het Keukenhofbos. Later hielden ook de Kabouters daar hun opkomst. De staat van het gebouw - uit 1955 - was slecht en de manage wilde uitbreiden.

Dat moment is aangegrepen om De Kali verder uit te breiden. Vanaf dat moment hadden de Kaninefaten nog maar één clubhuis.

2012
Kampvuurkuil

Het maken van kampvuren is onlosmakelijk met Scouting verbonden. Onze wens om een kampvuurkuil te hebben waar de hele groep in past werd dit jaar werkelijkheid. Sinterklaas kwam de nieuwe kampvuurkuil openen.

2020
Duurzaamheid

De verbouwing van ons sanitair - waarbij we een extra toilet en maar liefst twee douches aan ons clubhuis hebben toegevoegd - was een goed moment om de daad bij het woord te voegen op het gebied van energiebesparing. Met dank aan een aantal sponsoren werd een zonnecollector en warmtepomp boiler geïnstalleerd.